Blogs van advocaten
in Amsterdam

De klachtplicht van de koper; op wie rust de bewijslast?

 

De klachtplicht van de koper

De klachtplicht van artikel 7:23 BW bepaalt dat de schuldeiser met bekwame spoed moet onderzoeken of de prestatie voldoet aan de verwachtingen. Als sprake is van non-conformiteit, moet de schuldeiser dit binnen bekwame tijd melden aan de schuldenaar, op straffe van verval van al diens rechten. 
 
Lid 1 van artikel 7:23 BW luidt (onder meer) als volgt;
 
“De koper kan er geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven.” 
 

Arrest van de Hoge Raad van 12 december 2014

In het arrest van de Hoge Raad ging het kort gezegd om het volgende.
Far heeft in 2000 Kipling-petjes verkocht aan Edco ter waarde van (ongeveer) USD 275.000, -. Edco heeft na ruim twee maanden na de levering van de petjes geklaagd over de kwaliteit van de petjes en betaling geweigerd. Het Gerechtshof heeft na een lange rechtsstrijd geoordeeld dat Edco niet tijdig heeft geklaagd over de non-conformiteit van de petjes. Edco voerde vervolgens in cassatie aan dat het Hof ook had moeten oordelen over de vraag of Far al dan niet enig nadeel had ondervonden door de verstreken tijd tussen het ondervinden van de non-conformiteit en de klacht.

De bewijslastverdeling bij de klachtplicht van de koper

De Hoge Raad overweegt allereerst dat de bewijslastverdeling bij de klachtplicht van de koper pas aan de orde komt wanneer de verkoper eerst het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd. Vervolgens rust volgens de Hoge Raad de stelplicht en bewijslast dat is geklaagd en dat daarmee tijdig is geklaagd, op de koper. Vervolgens draagt de verkoper de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot het niet tijdig klagen. 
 
Volgens de Hoge Raad is deze bewijslastverdeling een bijzondere regel van de bewijslastverdeling ex art 150 Rv. Deze bijzondere regel wordt gevonden in de strekking van artikel 7:23 BW. Er zou immers te veel afbreuk worden gedaan aan de bescherming van de verkoper wanneer de verkoper ook het risico zou dragen om te moeten stellen en bewijzen dat er is geklaagd en dat er tijdig is geklaagd. Deze plichten bevinden zich volgens de Hoge Raad meer in de risicosfeer van de koper/schuldeiser. Het is om die reden dat de koper dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk tijdstip hij bij de verkoper heeft geklaagd en dient de verkoper vervolgens (indien toepasselijk) te stellen en te bewijzen dat niet tijdig is geklaagd. 
 
De verkoper dient vervolgens ook te stellen en te bewijzen dat hij door het te laat klagen in zijn belangen is geschaad. Ter beoordeling daarvan zal de rechter een afweging maken tussen enerzijds het belang van de koper bij handhaving van zijn rechten, en anderzijds het belang van de verkoper, dat wordt geschaad als niet binnen bekwame tijd is geprotesteerd. Het tijdsverloop speelt hierbij een belangrijke rol, maar is niet doorslaggevend. 

Advocaat voor contractenrecht; klachtplicht

Mocht u naar aanleiding van deze blog nog vragen en/of opmerkingen hebben over de klachtplicht, het tijdstip waarop of de wijze waarop moet worden geklaagd, dan kunt u te allen tijde contact opnemen met advocaat voor contractenrecht; klachtplicht, mr. Lisa Jie Sam Foek (020 52 10 100).

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form