Blogs van advocaten
in Amsterdam

Activa- en passivatransactie en faillissement

Activa- en passivatransactie en faillissement; de rechtbank

Het overdragen eind 2008 van haar activa en passiva – waaronder de vordering op Raceland Action – door failliet aan gedaagde  valt onder het bereik van art. 2:247 BW: gedaagde is bestuurder en enig aandeelhouder van failliet en van enige vergoeding door gedaagde aan failliet in verband met die transactie blijkt niet. Die transactie had derhalve schriftelijk moeten worden vastgelegd.

De curator heeft bij brief van 11 december 2013 de (overeenkomst tot) overdracht van de activa en passiva vernietigd, volgens gedaagde te laat want buiten de daarvoor geldende termijn van drie jaar. Zij voert daartoe aan dat de curator die bevoegdheid al had op 13 april 2010, de datum van het faillissement van failliet, bij brief van 5 mei 2010 vragen stelt over het zonder toelichting wegboeken van de lening in de jaarstukken 2008 van failliet en bij brief van 16 juni 2011 over de transactie is geïnformeerd door gedaagde in vrijwaring.

Het beroep op verjaring faalt. Een redelijke wetsuitleg brengt met zich dat de termijn van drie jaar ingaat op het moment dat de curator bekend was of had kunnen zijn met de transactie en het ontbreken van een deugdelijke schriftelijke vastlegging daarvan. Die bekendheid valt aan de jaarstukken zelf niet te ontlenen, evenmin overigens uit het summiere antwoord van gedaagde in vrijwaring. Gevolg van de vernietiging is dat gedaagde ten onrechte op 1 juni 2010 het bedrag van € 35.000 heeft geïncasseerd en dat bedrag aan failliet toekomt. Gedaagde heeft subsidiair nog een beroep gedaan op verrekening op de voet van art. 53 Fw met haar vordering op failliet ad € 173.294. Dat gedaagde een dergelijke vordering had, is door de curator niet weersproken. Hij voert echter aan dat verrekening niet mogelijk is omdat de schuld van gedaagde aan failliet niet voortvloeit uit handelingen die vóór de faillietverklaring zijn verricht, maar uit het onterecht en onrechtmatig innen van het bedrag van € 35.000 ná de faillietverklaring. Dat is echter niet juist: de vernietiging heeft betrekking op een eind 2008 verrichte rechtshandeling van gedaagde met failliet en door de vernietiging is per eind 2008 een vordering ontstaan van failliet op gedaagde. De incasso op 1 juni 2010 staat in rechtstreeks verband met de vernietigde rechtshandeling. Het beroep op art. 53 Fw is derhalve terecht gedaan en niet valt in te zien waarom dat beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat gedaagde haar vordering verminderd ziet door verrekening, volgt nu eenmaal uit de ratio van art. 53 Fw.

Indien u vragen heeft over een activa- en passivatransactie en/of een aandelenverkoop in zwaar weer/faillissementssituatie, neemt u dan geheel vrijblijvend contact op met advocaat vennootschapsrecht mr. Jeroen Latour. 

                                                                                                                                  

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form