Blogs van advocaten
in Amsterdam

Bank moet opslagverhoging terugbetalen: eindelijk succes ondernemer!

Bank moet opslagverhoging terugbetalen: eindelijk succes ondernemer!

Een baanbrekende uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechter duidelijke grenzen stelt aan de bevoegdheid tot verhoging van de opslag. De bank (Rabobank) mag de opslag niet zomaar verhogen

Met blijdschap nam ik kennis van de uitspraak van de Rechtbank Zeeland – West-Brabant, waarin de ondernemer succes haalt bij het voeren van verweer tegen de opslagverhoging. De uitspraak is baanbrekend, omdat andere rechters dergelijke verweren hebben gepasseerd met een beroep op contractsvrijheid.

Waar ging deze opslagverhogingszaak over?

In deze zaak stond centraal of de bank (Rabobank) gebruik mocht maken van haar bevoegdheid om de opslag te verhogen, waarbij werd getoetst aan artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden. Wat staat er in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden:

“Zorgplicht bank en cliënt

1.            De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt. Geen van de bepalingen van deze Algemene Bankvoorwaarden of van de door de bank gebruikte bijzondere voorwaarden kan aan dit beginsel afbreuk doen.”

Uit het vonnis blijkt dat Rabobank een beroep doet op artikel 25 van de Algemene Bankvoorwaarden, die een hele ruime bevoegdheid geeft om de opslag te wijzigen. Opvallend in deze uitspraak is ook dat er eerder is geprocedeerd door de ondernemer en de ondernemer heeft succes behaald. Rabobank had in een eerder stadium namelijk ook de kredietrelatie opgezegd. Dezelfde rechtbank heeft echter Rabobank geboden de financieringen te continueren. Centraal daarbij stond dat partijen een afspraak hadden gemaakt over de opslag. Echter, de ondernemer had ook de herstructureringsfinanciering afgewezen, waarna Rabobank de bancaire relatie had opgezegd. De rechter in kort geding oordeelde dat Rabobank gehouden was de financiering voort te zetten.

Ongemotiveerde verhoging van de opslag

Vlak na het kort geding (en na verloop van de tijdelijke afspraak) heeft Rabobank de opslag op de variabele euribor-lening verhoogd naar 2,2%, om het vervolgens een jaar later verder te verhogen naar 2,4%. De ondernemer is het daar niet mee eens en stelt dat de opslagverhoging in strijd is met artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden. Dat standpunt wordt verworpen, maar de rechtbank vervolgt en oordeelt dat de toepassing van de verhoging van de opslag wel moet worden getoetst aan het zorgvuldigheidsbeginsel als genoemd in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden. Er wordt daarbij verwezen naar de letterlijke tekst van de mogelijkheid om de opslag te verhogen, die zeer ruim is, en artikel 2 stelt daar grenzen aan.

Financiële positie van ondernemer belangrijk bij opslag

De rechtbank concretiseert die grenzen. Zo stelt de rechtbank dat Rabobank tenminste informatie had moeten inwinnen over de financiële toestand van de ondernemer, maar ook had de bank gegevens uit de regelgeving voor banken of bancair beleid moeten verzamelen en klant-specifiek had moeten beoordelen welk opslagpercentage voor de betreffende klant aan de orde is. Dit onderzoek moet vooraf gedaan worden, voorzien van een inzichtelijke motivering. De rechtbank voegt daaraan toe, dat dit bij voorkeur vooraf met de klant moet worden besproken, dan doch in ieder geval schriftelijk kenbaar gemaakt moet worden. In r.o. 3.6 overweegt de rechtbank dan ook:

“(…) maar ook op de ondernemer rust een zorgvuldigheidsverplichting, en een informatieverplichting. Ook de ondernemer moet relevante informatie verstrekken.”

Rabobank stelt dan nog dat er wel degelijk taxatierapporten zijn en dat daaruit volgt dat de LTV (Loan To Value) waarde te risicovol is. Daarmee wordt bedoeld dat de financiering ten opzichte van de waarde van het pand te hoog is (lening tegenover waarde verhouding). Echter, deze rapporten/deze motivering is gebaseerd op financiële informatie die ruim na de opslagverhoging aan Rabobank ter beschikking is gekomen. De rechtbank overweegt dan ook:

“Nu artikel 2 vergt dat relevante informatie voor een wijziging van het opslagpercentage wordt verzameld en beoordeeld, kan deze nadere motivering de tekortkoming van de Rabobank in de nakoming van artikel 2 niet ongedaan maken.”

De rechtbank overweegt expliciet dat het met terugwerkende kracht doorvoeren van wijzigingen van de opslag onmogelijk is.

Conclusie van dit baanbrekende vonnis bij opslagverhoging

De rechtbank is duidelijk en overweegt in het vonnis:

“De Rabobank heeft contractueel de bevoegdheid het opslagpercentage in de toekomst te wijzigen. De enige bijkomende voorwaarde is dat zij alvorens daartoe over te gaan toepassing dient te geven aan artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden op de wijze zoals de rechtbank in het vonnis heeft uiteengezet. Wanneer Rabobank dit in de toekomst doet, geldt dat instemming van [eiser] wel wenselijk, maar niet vereist is. Voorts geldt dan dat op [eiser], wanneer hij het met de beoordeling en de motivering niet eens is, stelplicht en bewijslast rusten van feiten en omstandigheden die tot het oordeel moeten leiden dat de Rabobank niet tot wijziging van het opslagpercentage heeft kunnen komen.”

Goed nieuws voor ondernemers. Vrijwel iedere bank heeft bij vrijwel iedere variabele financiering (euribor) de opslag stelselmatig verhoogd. Herhaaldelijk heb ik namens verschillende ondernemers daar bezwaar tegen gemaakt, waarbij gegronde bezwaren werden afgedaan met de stelling dat lenen duurder zou zijn geworden (met een beroep op Basel III) en/of dat de winstgevendheid van de bank moest worden verhoogd. Rechters waren eerder terughoudender, maar deze uitspraak is een mooie opsteker. Hopelijk blijft deze uitspraak in stand en is het een opmaat naar een algehele regeling en/of procedures tegen banken om opslagverhogingen terug te draaien. 

Heeft u vragen over deze blog, aarzel dan niet contact op te nemen met advocaat financieel recht, Jasper Hagers.

 

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form