Blogs van advocaten
in Amsterdam

De status van het conservatoir beslag gedurende hoger beroep

De status van het conservatoir beslag gedurende hoger beroep

Regelmatig krijgen wij vragen over het leggen van beslag en de status ervan naarmate de procedure wordt voorgezet in appel. De beslagene leeft vaak in de veronderstelling dat als de vordering door de rechter in eerste aanleg is afgewezen, het conservatoire beslag automatisch komt te vervallen. Dit is echter niet - of beter gezegd niet altijd - juist.

Opheffen van beslag in kort geding

Het conservatoir beslag is een middel om te voorkomen dat goederen aan verhaal worden onttrokken gedurende een procedure. Het beslag is een juridisch middel om het goed te bewaren, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan. Als de vorderingen van de beslaglegger worden toegewezen, wordt het beslag executoriaal. Met andere woorden: de beslaglegger kan zich op het beslagen goed verhalen. Wat gebeurt er met het beslag als de vorderingen van de beslaglegger zijn afgewezen? Het conservatoir beslag vervalt niet als er tijdig hoger beroep wordt ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg (art. 704 lid 2 Rv). Procedures, met name in appel, kunnen namelijk erg lang duren. Als het beslag komt te vervallen, bestaat de kans dat de beslaglegger geen verhaalsmogelijkheden heeft nadat er door het gerechtshof arrest is gewezen. De beslaglegger heeft dan ook belang bij handhaving van het beslag gedurende het hoger beroep.

Daar staat tegenover dat dit erg belastend kan zijn voor de beslagene. Bij conservatoir derdenbeslag op een bankrekening kan bijvoorbeeld het saldo dat op het moment van beslaglegging op de bankrekening stond, zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als tijdens het hoger beroep niet besteed worden. Hoewel de beslagene in de regel geduldig het arrest van het Gerechtshof zal moeten afwachten (art. 704 lid 2 Rv), staat de beslagene niet geheel met lege handen. Hij of zij kan de voorzieningenrechter of de gewone rechter namelijk vragen het beslag op te heffen (art. 705 lid 1 Rv).

Geen toepassing van het ‘afstammingsbeginsel’ 

In de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 april 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:1113) deed zich het geval voor dat de beslagene om opheffing van het beslag verzocht. Er was namelijk voor een bedrag van ongeveer EUR 192.000,- beslagen en de beslagene wilde dit geld kunnen gebruiken om van zijn oude dag te genieten. De beslagene meende dat het hoger beroep dat was ingesteld door de beslagleggers geen kans van slagen had, omdat de bodemrechter in eerste aanleg de vorderingen van de beslagleggers had afgewezen (de vorderingen tegen zijn voormalige echtgenote waren wel toegewezen). Opvallend detail in deze zaak was dat de rechter die in eerste aanleg de vordering van de beslaglegger (deels) had afgewezen, niet een Nederlandse, maar een Spaanse rechter was. De beslagene betoogde dat de Nederlandse voorzieningenrechter, die zou oordelen over de opheffing van het beslag, op grond van het zogenaamde ‘afstammingsbeginsel’ diende uit te gaan van de juistheid van het Spaanse vonnis. De toepassing van dit beginsel houdt kort gezegd in dat de voorzieningenrechter – behoudens uitzonderingen – zijn oordeel dient af te stemmen op dat van de bodemrechter (HR 7 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0015 r.o. 3.4.2 en HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128 r.o. 3.3.2).

Namens de beslagleggers is echter zowel in eerste aanleg als in appel – met succes – aangevoerd dat een beroep op het afstammingsbeginsel in deze niet opgaat. Artikel 704 lid 2 Rv bepaalt namelijk in feite dat het conservatoir beslag pas komt te vervallen als het nut ervan verloren is gegaan (HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1559, r.o. 3.4 e.v.). Het conservatoir beslag is een middel om verhaal mogelijk te maken voor vorderingen die in rechte (nog) niet bewezen zijn. Het conservatoir beslag handhaven gedurende het appel is derhalve alles behalve nutteloos. Het beslag wordt pas nutteloos als de vorderingen zijn afgewezen en het niet (meer) mogelijk is om een rechtsmiddel (hoger beroep of cassatie) tegen de uitspraak in te stellen.

Belangenweging

Bij een opheffingskortgeding maakt de voorzieningenrecht een belangenafweging waarbij alle omstandigheden worden betrokken (HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1074, r.o. 3.8). Het vonnis in eerste aanleg (de Spaanse rechter) is dus niet het vertrekpunt voor zijn oordeel. De omstandigheid dat de bodemrechter de vorderingen in eerste aanleg heeft afgewezen is slechts één van deze omstandigheden. Het Spaanse vonnis was in het kader van het opheffingskortgeding dus niet geheel betekenisloos. Bij het maken van deze belangenafweging kan niet blindelings vertrouwd worden op ‘het afstammingsbeginsel’, noch kan worden uitgegaan van de kans van slagen van het hoger beroep tegen het Spaanse vonnis. Alle omstandigheden wegen mee, dus ook de omstandigheid dat de beslagene het beslag als bezwaarlijk ervaart. Wil de beslagene dat de belangenafweging in zijn of haar voordeel uitvalt, dan zal aannemelijk gemaakt moeten worden “dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is – waarvoor het afwijzende vonnis in de bodemprocedure niet zonder meer beslissend is – of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd”,  zo oordeelde het gerechtshof Amsterdam. Het belang van de beslagene om het geld te kunnen aanwenden voor zijn oude dag, weegt echter niet op tegen het belang van de beslagleggers tot verhaal nadat de appelrechter in Spanje arrest heeft gewezen, zo oordeelde het gerechtshof Amsterdam verder.

Conclusie

Het conservatoir beslag komt te vervallen als de vordering in eerste aanleg is afgewezen en de beroepstermijn is verlopen (het vonnis van de rechter kent dan ‘kracht van gewijsde’), maar het conservatoir beslag blijft liggen als één van de partijen tijdig hoger beroep instelt (art. 704 lid 2 Rv).

Dit betekent niet dat de beslagene met lege handen staat. De wet en de rechtspraak bieden de beslagene voldoende mogelijkheden om het beslag op te heffen. Daarvoor zal de beslagene alles in het werk moeten stellen om de belangenafweging in zijn/haar voordeel te laten uitvallen door bijvoorbeeld aan te tonen dat er sprake is van vormverzuimen of dat er summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag (art. 705 lid 2 Rv). Een andere manier om het conservatoir beslag op te heffen is door op een andere manier voldoende zekerheid te bieden voor de vordering van de beslaglegger.  

Blenheim heeft ervaring met het voeren van opheffings-kort gedingen, zowel namens de beslagene als de beslaglegger. Voor vragen, neem contact op met Angela Schwegler.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form