Blogs van advocaten
in Amsterdam

Succesvol in kort geding: niet de waarheid spreken wordt gestraft!

Succesvol in kort geding: niet de waarheid spreken wordt gestraft!

 

In verschillende blogs besprak ik hoe beslag opheffen als de deurwaarder op bezoek komt en de voor- en nadelen van een kort geding. Een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam toont aan dat het onjuist voorlichten van de rechter, grote consequenties kan hebben. In dit geval betekent de schending van de waarheidsplicht (artikel 21 Rechtsvordering) betekent dat het beslag moet worden opgeheven. Bedrog, fraude en liegen voor de rechter blijft ook hier niet zonder gevolgen.  Jasper Hagers advocaat kort geding bespreekt deze bijzondere zaak. 

Waar ging het in dit kort geding over?

Het kort geding ging over een in asbestsanering gespecialiseerd bedrijf (Steenbruggen) en een bedrijf dat vastgoed onderhoudt. Partijen verschilden van mening over de wijze van het saneren van asbesthoudende beglazingskit. Over en weer gaven partijen elkaar de schuld van het onjuist verwijderen van de kit op het raam. Steenbruggen heeft aan de rechter gevraagd beslag te leggen en Kloet heeft ook gevraagd beslag te leggen bij Steenbruggen. Nadat het beslag door Kloet was gelegd, heeft Kloet een civiele procedure aanhangig gemaakt tegen Steenbruggen. Steenbruggen verzet zich tegen het beslag dat bij haar is gelegd.

Opheffen van beslag en de waarheidsplicht

Steenbruggen stelt in kort geding dat Kloet zelf schuldig is aan de schade die het gevolg is van asbestbesmetting. Kloet zou zelf de schade hebben veroorzaakt omdat zij slordig te werk is gegaan en zich bij het verwijderen van de asbesthoudende kit niet heeft gehouden aan de instructies van Steenbruggen. Steenbruggen onderbouwt haar verweer door te verwijzen naar een boeterapport van de inspectie SZW. De voorzieningenrechter acht de stellingen van steenbruggen aannemelijk en dat de schade geheel dan wel deels aan Kloet is te wijten. Belangrijk bij die beoordeling is dat Kloet bij het vragen van het verlof stukken heeft achtergehouden. Het boeterapport heeft Kloet niet aan de beslagrechter voorgehouden. De rechter overweegt ter zake:

“Kloet heeft nagelaten in het beslagrekest de inhoud van het boeterapport en de e-mail van de inspecteur, waarop Steenbruggen haar verweer baseert, te vermelden, en ook om een kopie van (tenminste) het door de Inspectie SZW opgestelde boeterapport van 17 maart 2016 bij het verzoekschrift te voegen. Daardoor heeft Kloet naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldaan aan de op grond van artikel 21 Rv op haar rustende verplichting om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Ook om die reden ligt opheffing van het beslag in de rede. Dat Kloet het niet eens is met de inhoud van het boeterapport, maakt niet dat de inhoud niet relevant is voor de beslissing op het verzoek tot het verlenen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag.”

Het is duidelijk dat Kloet de deksel op haar neus krijgt, omdat Kloet de rechter op het verkeerde been heeft gezet door niet alle relevante feiten en omstandigheden te verstrekken. Schending van de waarheidsplicht wordt in rechtspraak steeds belangrijker. Niet alleen bij het opheffen van beslag, maar ook (bijvoorbeeld) bij een hogere proceskostenveroordeling.

Vragen over deze blog? Neem vrijblijvend contact op met Jasper Hagers, advocaat kort geding.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form