Blogs van advocaten
in Amsterdam

Kansen voor winkelbedrijven door Dienstenrichtlijn

Dienstenrichtlijn, detailhandel en bestemmingsplan 

Winkelruimte is vaak inzet van gemeentelijke politiek. Gemeenten proberen winkels als Lidl en Action te dwingen zich in het centrum te vestigen. De Dienstenrichtlijn geeft meer sturing aan gemeentelijk beleid zo blijkt uit een uitspraak over winkels in Appingedam. Het toestaan of weigeren van winkels door een gemeente is vaak niet conform de Europese regelgeving. Bestemmingsplannen voldoen vaak niet aan de normen die in recente uitspraak en door de bestuursrechter zijn bepaald. Winkelbedrijven stappen met hun advocaat steeds vaker naar de rechter. Wel of niet een schoenenwinkel, kaaswinkel, megastore of sportzaak toestaan is een lastige taak van de gemeente. Regelmatig moet de rechter er aan te pas komen de planvorming van gemeente te beoordelen. 

Kansen Dienstenrichtlijn voor slimme ondernemers en hun advocaat 

In de Appingedam-uitspraak over branchering van winkels is de Dienstenrichtlijn ook van toepassing verklaard op detailhandel. Belangrijk voor winkelbedrijven. Daarmee is het belang van de Dienstenrichtlijn, welke al voor deze uitspraak eisen stelde aan de criteria die gesteld mogen worden voor verlening van vergunningen, voor ondernemers alleen maar toegenomen. In deze blog bespreek ik de ontwikkelingen die in dit kader hebben plaatsgevonden en geef ik een aantal voorbeelden van de vele situaties waarin ondernemers met de Dienstenrichtlijn zich met hun advocaat kunnen weren tegen ruimtelijke plannen. Duidelijk zal worden dat de Dienstenrichtlijn van toepassing wordt op steeds meer ruimtelijke plannen. 

Appingedam: bestemmingsplan en invloed op detailhandel getoetst aan Dienstenrichtlijn 

De Dienstenrichtlijn is sinds de Appingedam-uitspraak van toepassing geworden op ‘eisen’ uit bestemmingsplannen voor detailhandel. Het gaat dan om de situatie dat het bestemmingsplan een regel bevat die de vestiging van een (dienstverrichter-)ondernemer, zoals een detailhandel,  beperkt. Dit kan om allerlei beperkingen gaan, bijvoorbeeld wanneer bepaalde soorten detailhandel tot een bepaalde locatie worden beperkt, of een maximum van een bepaalde detailhandel wordt gesteld (bijvoorbeeld toeristenwinkels) of vestiging van detailhandel toelaat tot een maximum winkeloppervlakte. 

Weigering vergunning detailhandel buiten centrum 

Gemeenten proberen steeds vaker discounters en winkels als Lidl en Action naar het centrum te krijgen. Daarom worden aangevraagde vergunningen van deze winkelvestigingen buiten het centrum geweigerd met een beroep op het bestemmingsplan. Die bestemmingsplannen zijn voor detailhandel echter vaak verouderd gelet op de recente uitspraak inzake Appingedam. Gemeenten hebben nu een achterstand in het actualiseren van bestemmingsplannen. Dat biedt winkelbedrijven opportunities om toch op gewenste locaties aan de stadsrand of het buitengebied een winkelvestiging te kunnen realiseren. Dat moet dan vaak wel met een gespecialiseerde advocaat gebeuren via een rechtszaak omdat gemeenten blijven vasthouden aan hun verouderde bestemmingsplannen. 

Belang van Appingedam-uitspraak en Dienstenrichtlijn voor detailhandel 

In het kort is de Appingedam uitspraak over detailhandel besloten:

(1) dat voorschriften inzake de ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplanregels, binnen de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn vallen;
(2) dat detailhandel een ‘dienst’ is, zodat de Dienstenrichtlijn ook betrekking heeft op de vestiging van detailhandel beperkende planvoorschriften, en;
(3) dat bestemmingsplannen geen in de Dienstenrichtlijn omschreven ‘eisen’ mogen stellen die de vestiging van een dienstverrichter beperken en die niet gerechtvaardigd kunnen worden op grond van diezelfde Dienstenrichtlijn.

Zo heeft  de Raad van State  de deur open gezet voor toepassen van de Dienstenrichtlijn op ‘eisen’ in bijvoorbeeld een  bestemmingsplan, maar ook op ‘vergunningstelsels’ die in die ruimtelijke plannen zijn neergelegd. 

Zeewolde; beroep op Dienstenrichtlijn in rechtszaak over windmolens 

Sindsdien is het nodige toegevoegd aan regels over detailhandel en zijn de mogelijkheden voor belanghebbenden om een beroep te doen op de Dienstenrichtlijn uitgebreid tot ook andere plannen dan het bestemmingsplan en dus ook omgevingsvergunningen. Niet alleen brancheringsregels in bestemmingsplannen, maar ook in die andere plannen kunnen verboden ‘eisen’ of ‘eisen’ die gerechtvaardigd moeten worden, voorkomen. Zo’n vereiste in een plan moet gebaseerd zijn op een dwingende reden van algemeen belang, en bovendien dan ook noodzakelijk en evenredig zijn.

Decathlon-winkel en de Appingedam uitspraak: wederom toepassing Dienstenrichtlijn (2019) 

Vanuit die basis is ook dit jaar weer gebleken van de toepassing van de Dienstenrichtlijn op de ruimtelijke ordening.

•             In maart 2019 heeft de bestuursrechter uitspraak gedaan in een zaak die ging over de vestiging van twee Decathlon-filialen op bedrijventerreinen in de gemeentes Schiedam en Den Haag.  De Afdeling bestuursrechtspraak kwam tot toepassing van de Dienstenrichtlijn op een provinciale instructieregel waarin werd bepaald dat verkopers van bepaalde goederen zich niet mochten vestigen in een bepaald gebied. Hiermee kan gesteld worden dat er ook een ingang bestaat om de Dienstenrichtlijn toe te passen op ruimtelijke plannen die eigenlijk niet direct tot de dienstverrichter gericht zijn, maar via, bijvoorbeeld, een bestemmingsplan wel op die dienstverrichter van invloed zijn. 

•             in juli 2019, is de einduitspraak gekomen in de Appingedam-zaak.  Hoewel daarin niet een nieuw plan is besproken, volgt uit die uitspraak welke motivering van het bestuursorgaan verwacht mag worden als zij stelt dat een met de Dienstenrichtlijn strijdige (brancherings)regel
(a) gerechtvaardigd kan worden op grond van een dwingende reden van algemeen belang en
(b) evenredig is met die dwingende reden.

Met andere woorden: duidelijker is geworden dat de onderzoeklast voor het bestuursorgaan vrij zwaar is en dat een dienstenrichtlijn-argument aardig wat kracht kan hebben in een beroep bij de bestuursrechter tegen een ruimtelijk plan of weigering omgevingsvergunning. Het bestuursorgaan zal gedegen onderzoek moeten doen of laten doen door een onderzoeksbureau naar de effectiviteit en proportionaliteit van de maatregel. Daarbij zullen allerlei vragen beantwoord moeten worden, zoals: is de maatregel wel geschikt om te bereiken wat het bestuursorgaan beoogt, maakt de maatregel wel deel uit van een consistente en systematische aanpak van het bestuursorgaan en worden de belangen van ondernemers wel genoeg meegewogen? 

Dienstenrichtijn biedt kansen voor ondernemers tegen strenge regelgeving 

De Dienstenrichtlijn is een lastige, maar, zoals blijkt, veelal relevante richtlijn voor detailhandel. Een specialiseerde advocaat kan bij de toepassing van de Dienstenrichtlijn met de relevante kennis van rechtspraak het verschil maken. Degene die als belanghebbende geconfronteerd wordt met een vergunningstelsel, eisen in een bestemmingsplan of verordening of bij verdeling van  schaarse vergunningen of niet-schaarse vergunningen (zie ook de blog over het boek: ‘De strijd om schaarse vergunningen’), kan mogelijk een beroep doen op rechtsbescherming die de Dienstenrichtlijn biedt. Ik noem als voorbeeld de beperking van B&B-houders in Amsterdam die mogelijk door loting hun B&B moeten sluiten; leed hier meer daarover. U doet er dan ook goed aan op zo’n moment een gespecialiseerde advocaat in de arm te nemen.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form