Blogs van advocaten
in Amsterdam

Facebook veroordeeld tot treffen aanvullende maatregelen i.v.m. nepadvertenties

Facebook veroordeeld tot treffen aanvullende maatregelen i.v.m. nepadvertenties

De voorzieningenrechter heeft in haar uitspraak van maandag 11 november jl. geoordeeld dat Facebook ‘aanvullende maatregelen’ dient te treffen om de nepadvertenties, waar onder meer John de Mol in werd getoond, actief te bestrijden. Hiermee beantwoordt de voorzieningenrechter de vraag of Facebook, als ‘user generated content’ platform zich kan beroepen op artikel 6:196c BW.

Facebook als platform verantwoordelijk voor nepadvertenties

Zoals aangegeven in mijn vorige blog gaat het om de (mate van) betrokkenheid van het platform met de inhoud die hierop door gebruikers wordt geplaatst. Is Facebook in deze een ‘neutraal platform’, of bemoeit zij zich wel degelijk met de inhoud en is zij geen neutraal platform dat een beroep kan doen op art. 6:196c BW? Volgens de voorzieningenrechter is het faciliteren van advertenties en het genereren van inkomsten het primaire verdienmodel van Facebook. Zij bepaalt daarvoor niet alleen de tarieven, maar is ook actief in het bepalen welke advertenties op haar platform verschijnen en welke niet. Facebook is in deze rol dus niet neutraal, zij bepaalt immers door controle op de advertenties. Dat dit beleid wordt uitgevoerd door middel van een grotendeels geautomatiseerd proces, doet daaraan niets af.

Facebook moet na klachten gedupeerde in actie komen

Door haar ‘actieve rol’ is Facebook gehouden actief op te treden tegen eventuele inbreuken op rechten van derden (zoals die van de BN’ers wiens naam en vertoningen werden gebruikt in de advertenties zonder dat zij daarvoor toestemming hebben gegeven) en om deze zo mogelijk te voorkomen. Voor zover zij daarin tekort schiet, kan zij daarvoor worden aangesproken. Maar, merkte Facebook op, verdergaande maatregelen om vooraf advertenties te blokkeren staan op gespannen voet met de uitingsvrijheid en het verbod om deze (te ver) in te perken. Zo bestaat de kans dat door deze maatregelen ook ‘legitieme’ advertenties ten onrechte worden geblokkeerd.

Meer actie nodig van Facebook bij valse content

De voorzieningenrechter weegt dit belang af tegen de belangen van (in dit geval) John de Mol en komt tot de volgende conclusie: “Voor zover hier nog enige ‘uitingsvrijheid’ in het geding is, biedt artikel 6:162 BW een voldoende wettelijke basis om die te beperken. (...). Ten slotte wordt de kans dat door een filtergebod, zoals gevorderd na het beperken van de vordering, bij toewijzing, aan Facebookgebruikers de toegang tot legitieme informatie wordt ontzegd, verwaarloosbaar geacht. Mocht dit toch het geval zijn, dan weegt dit geringe risico in elk geval niet op tegen de noodzaak tot het treffen van maatregelen.” De voorzieningenrechter is dus van oordeel dat Facebook meer moet en kan doen. Verschijnt er toch nog een advertentie, maar kan Facebook aantonen dat zij echt alles eraan heeft gedaan om dit te voorkomen, dan verbeurt zij géén dwangsommen.

Gedupeerde foute nepadvertenties kan Facebook aanspreken tot maatregelen

De toekomst zal uitwijzen of Facebook inderdaad meer kan doen dan zij nu al doet. Volgens Facebook zelf doet zij al alles wat technisch in haar mogelijkheden ligt. De belangrijkste (en voor Facebook meest vervelende) uitkomst van deze (voorlopige!) uitspraak, is dat Facebook als platform verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de advertenties die hierop verschijnen.

Als je een beleid voert en blijkbaar wel iets kan doen, kun je dus niet ontkomen aan aansprakelijkheid door te stellen dat je je best hebt gedaan. Voor Facebook zal dit betekenen dat zij nog meer geld en personeel moeten gaan inzetten om actief op te treden en advertenties te vermijden. De kans dat Facebook in hoger beroep gaat is aanwezig. Bovendien heeft Jort Kelder aangegeven om, met deze uitspraak op zak, een bodemprocedure tegen Facebook te starten. Wordt waarschijnlijk nogmaals vervolgd...

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form