Blogs van advocaten
in Amsterdam

Schorsing executie in hoger beroep

Schorsing executie vonnis in hoger beroep

Op grond van HR 22 april 1983, NJ 1984, 145 en (onder meer) HR 9 april 2004, NJ 2005, 130 geldt voor de beoordeling van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis (ook in een incident ex art. 351 Rv.) dat een partij die zodanig vonnis heeft verkregen in beginsel bevoegd is dat vonnis te executeren, ook indien tegen het vonnis hoger beroep is ingesteld, maar dat die bevoegdheid niet mag worden misbruikt. Van een dergelijk misbruik kan ingevolge artikel 3:13 lid 2 BW sprake zijn indien de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de wederpartij die door de executie kunnen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis kennelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten meebrengen dat executie van het vonnis voor degene ten laste van wie het vonnis wordt geëxecuteerd klaarblijkelijk een noodtoestand zou doen ontstaan. 

Vereisten schorsing executie vonnis

Uit het arrest van 30 mei 2008 (NJ 2008, 311) valt af te leiden dat volgens de Hoge Raad ten aanzien van de incidenten van art. 234, 235 en 351 Rv. (uitvoerbaar bij voorraad-verklaring, zekerheid, of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste instantie) geldt:

(i) dat de incidenteel eiser van de schorsing belang moet hebben bij de schorsing c.q. opschorting van executie van het vonnis;

(ii) dat bij de in het licht van de omstandigheden van het geval te verrichten afweging van de belangen van partijen moet worden nagegaan of het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist, en

(iii) dat bij deze belangenafweging de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel hoger beroep in de regel buiten beschouwing moet blijven.

Bewijs hoger beroep om af te wijken van vonnis 

Daarbij moet volgens de Hoge Raad in beginsel worden uitgegaan van de beslissing van de vorige rechter en de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen en zal de eiser in hoger beroep aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door de vorige rechter gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van de vorige rechter hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken. 

Opbrengst executoriale verkoop onroerend goed te laag?

In de zaak van Gerechtshof Den Haag, 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:4712 voert de debiteur (met geldlening van hypotheekbank) in hoger beroep heeft elf grieven tegen het vonnis waarvan beroep aangevoerd. In hoger beroep wordt gevorder schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis ten gunste van de hypotheekbank en subsidiair zekerheidstelling aan de crediteur, als bedoeld in de artikelen 351 en 235 Rv.

Executoriale verkoop onroerend goed wegens hypotheekschuld

De rechter oordeelt in hoger berope over de situatie dat van de executoriale verkoop van het onroerend goed geen positieve opbrengst te verwachten valt geldt dat – wat daar ook van zij – gesteld noch gebleken is dat de hoogte van de hypothecaire schuld niet reeds voor het vonnis (dat dateert van 13 maart 2013) bekend was, terwijl de debiteur ten aanzien van de indicatieve executiewaarde aangeeft dat deze blijkt uit een rapport van 29 augustus 2012, derhalve van voor de datum waarop het vonnis is gewezen. Verder geldt dat het feit dat voor de debiteur nadeel zal voortvloeien uit de verkoop nog niet meebrengt dat sprake zal zijn van een noodtoestand. Dat wordt door Liniper ook niet gesteld. Bedoeld nadeel kan, zoals blijkt uit de memorie van antwoord in het incident, door de debiteur worden voorkomen door ten genoegen van ITS (hypotheekhouder)zekerheid te stellen. De rechter vond in deze zaak niet  dat de crediteur misbruik maakt van de haar in het bestreden vonnis toegekende bevoegdheid het vonnis ten uitvoer te leggen voordat in het hoger beroep uitspraak is gedaan.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form