Blogs van advocaten
in Amsterdam

Opzeggen duurovereenkomst: dringende reden vereist?

Opzeggen duurovereenkomst: dringende reden vereist?

De onderneming Beverslaap exploiteert vanaf 2002 een beddenzaak en houdt zich onder meer bezig met de verkoop van matrassen van het merk Auping. Partijen zijn voor deze samenwerking een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd met elkaar overeengekomen. Door een herziening van het distributriebeleid van Auping heeft laatstgenoemde besloten om de samenwerking met Beverslaap per ommegaande op te zeggen.  Er werd een nieuw selectief distributiestelsel opgericht met slechts een aantal (hoogwaardige) verkooplocaties. Gelet op de afhankelijkheid van Beverslaap - Auping was een van haar voornaamste handelspartners - kon zij zich niet verenigen met de abrupte opzegging van Auping. Ter vergoeding van de geleden en (nog) te lijden schade spant zij een kort geding aan bij de rechtbank, locatie Zwolle-Lelystad.
 
In kort geding gebood de voorzieningenrechter Auping om Beverslaap een jaarcontract binnen het nieuwe stelsel aan te bieden. Hierbij werd (samengevat) geoordeeld dat Auping niet aannemelijk had gemaakt dat het afscheiden van Beverslaap noodzakelijk was om het nieuwe beleid te kunnen doorvoeren.De opgevoerde opzeggingsgrond werd derhalve door de voorzieningenrechter als onvoldoende zwaarwegend gezien. Dit vonnis in kort geding werd in hoger beroep bekrachtigd. 
 
Tussen de uitspraak in eerste aanleg en de uitspraak van het gerechtshof heeft de Hoge Raad het arrest "Gemeente Ronde Venen/Stedin" gewezen (HR 28 oktober 2011, NJ 2012, 685). In dit arrest - en dat werd uiteindelijk in cassatie in deze procedure overgenomen -  heeft de rechter besloten dat het uitgangspunt is dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, wanneer de wet en de overeenkomst niet voorzien in een regeling voor opzegging, in beginsel opzegbaar is, maar dat het op grond van de redelijkheid en billijkheid zo kan zijn dat opzegging slechts mogelijk is als daar een 'voldoende zwaarwegende grond' voor bestaat.
 
Het arrest hanteert een andere (meer genuanceerde) maatstaf dan het voorheen leidende arrest "Latour/De Bruin" (HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3821). Hiermee is de bewijslast, dat er in het onderliggende geval een zwaarwegende grond voor opzegging moet zijn, verschoven naar de opgezegde partij.
In aanvulling op het voorgaande overweegt de Hoge Raad voorts dat de door het gerechtshof genoemde omstandigheden (mate van afhankelijkheid > 50%, de duur van de overeenkomst van ca. 8,5 jaar en de omstandigheid dat partijen daarvoor ook al handel dreven) niet zonder meer meebrengen dat er een zwaarwegende grond voor opzegging vereist was.
 

Conclusie

Het arrest Auping/Beverslaap sluit aan bij de ontwikkelingen in de rechtspraktijk. Het lijkt onaannemelijk dat de Hoge Raad de komende jaren van koers zal wijzigen. Door een dergelijke nuancering aan te brengen wordt de 'dringende reden' (die vaak als verweer wordt gevoerd) m.i. verder naar de achtergrond verschoven. Immers, de bewijslast dat een dringende reden aan de opzegging ten grondslag had moeten liggen, wordt neergelegd bij de partij die zich met de opzegging geconfronteerd ziet. Op grond van dit arrest kan worden geconcludeerd dat zelfs een grote mate van afhankelijkheid, een lange contractsduur en een reedse eerder bestaande rechtsverhouding niet zonder meer ertoe kan leiden dat er een 'dringende, c.q. gewichtige reden' is vereist om de handelsrelatie (zonder inachtneming van een opzegtermijn) door opzegging (direct) te beëindigen.

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form