De advocaat over het retentierecht van (onder)aannemer

Faillissement aannemer, retentierecht onderaannemer en leed voor de opdrachtgever

De opdrachtgever heeft opdracht gegeven aan de aannemer. En deze heeft onderaannemer X ingehuurd. Het noodlot slaat toe en de aannemer gaat failliet. De voorzieningenrechter (Rechtbank Utrecht 26 januari 2011, LJNBP 3905) overweegt dat de onderaannemer X een ouder recht heeft. De schuldeiser kan op grond van artikel 3:291 lid 2 BW een retentierecht inroepen tegen een derde met een ouder recht. Dat kan alleen als de schuldenaar bevoegd was daarover een overeenkomst te sluiten.

Voorwaarden retentierecht aannemer

Het retentierecht moet aan een drietal voorwaarden voldoen, te weten:

  1. het moet gaan om een opeisbare vordering;
  2. die moet voldoende samenhangen met de verplichting tot afgifte van de zaak van de ander;
  3. de zaak dient in de macht te zijn van de schuldeiser die het retentierecht wil uitoefenen.

    De rechter oordeelt dat de onderaannemer het retentierecht tegen de opdrachtgever kan uitoefenen, ondanks dat de onderaannemer geen contractuele relatie heeft met de opdrachtgever.

    De onderaannemer, in dit geval een derde, dient het retentierecht op duidelijke wijze uit te oefenen, zodat de betrokkene, in dit geval de opdrachtgever, weet dat op deze wijze de feitelijke macht wordt uitgeoefend door degene die het retentierecht heeft. Door uitoefening van het retentierecht kan de onderaannnemer trachten betaling te verkrijgen van zijn onbetaald gebleven vordering. lees ook: arbitrage bouw.

Gepubliceerde Artikelen