Het Bibob-formulier, een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk zwaard van Damocles? Valsheid in geschrifte ligt op de loer

Gemeenten en andere overheden maken steeds meer gebruik van hun bevoegdheid op grond van de Wet Bibob. De Wet Bibob geeft gemeenten en andere overheden onder meer de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of te weigeren, als sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen en/of criminele gelden te benutten.

De gemeente dient te beoordelen of al dan niet sprake is van ernstig gevaar. Daarvoor zal de gemeente onderzoek moeten doen naar het verleden van de vergunninghouder maar ook naar de zakelijke relaties van de vergunninghouder (bijvoorbeeld geldverstrekkers, verhuurders en aandeelhouders). Om dit onderzoek uit te kunnen voeren, dient de vergunninghouder een zogenoemd bibob-formulier in te vullen. Dit bibob-formulier is gebaseerd op het door het Rijk vastgestelde formulier zoals bedoeld in de Regeling Bibob-formulieren.

Waar moet je op letten bij het invullen van Bibob formulier?

In het bibob-formulier wordt onder meer gevraagd naar documenten zoals huurovereenkomsten, aandeelhoudersregisters, leenovereenkomsten, etc. Verder wordt gevraagd of de vergunninghouder en zijn zakelijke relaties in aanraking is geweest met politie/justitie in de afgelopen 5 jaar. Mede op basis van deze gegevens beoordeelt het bestuursorgaan of sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of dat er uit strafbare feiten verkregen gelden zullen worden gebruikt bij de vergunde activiteiten.

In het bibob-formulier schuilt echter een groot gevaar, dat niet altijd blijkt uit het onschuldig en redelijk standaard ogende formulier. Valsheid in geschrifte ligt op de loer. Immers, wanneer blijkt dat het bibob-formulier verkeerd is ingevuld, loopt de vergunninghouder het risico om strafrechtelijk te worden veroordeeld voor valsheid in geschrifte zoals bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht. Er zijn in ieder geval drie uitspraken het gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2020:328; ECLI:NL:GHAMS:2020:329; ECLI:NL:GHAMS:2019:3112) bij ons bekend waarbij de betrokkene is veroordeeld voor 2 maanden onvoorwaardelijk gevangenisstraf wegens het plegen van valsheid in geschrifte door het niet juist invullen van het bibob-formulier. In al deze zaken was dan ook sprake van het verkeerd invullen van het Bibob-formulier en het daarmee verstrekken van onjuiste informatie.

Opvallend is dat in alle drie de zaken de aanvrager van een vergunning het vakje “nee” had aangekruist bij de vraag of een bepaald persoon (het ging om een opdrachtgever, aandeelhouder respectievelijk bestuurder) in de afgelopen 5 jaar in aanraking was geweest met politie/justitie, terwijl later bleek dat er wel sprake was van een contact met justitie (het ging om een transactie, veroordeling respectievelijk buitenlandse schikking). Dat de hiervoor genoemde vraag voor de verdachte onduidelijk was, de verdachte de Nederlandse taal niet begreep, dat de pleegperiode buiten terugrekentermijn van 5 jaar viel dan wel de verdachte geen voordeel had bij het verkeerd invullen van het bibob-formulier, bood de verdachte geen soelaas. Met andere woorden; het onjuist invullen van het bibob-formulier, ondanks de aangevoerde redenen, wordt als valsheid in geschrifte aangemerkt, met alle gevolgen van dien.

Welke informatie is relevant voor de Bibob-procedure?

Maar het blijft niet bij strafrechtelijke gevolgen. Naast de kans op een strafrechtelijke veroordeling, is het zeer wel denkbaar dat het bestuursorgaan in de Bibob-procedure tegenwerpt dat sprake is van een (ernstig) vermoeden van valsheid in geschrifte. Daarmee is direct ofwel sprake van een situatie waarbij de overheid de burger tegenwerpt dat hij voor het verkrijgen van de vergunning een strafbaar feit heeft gepleegd (artikel 3 lid 6 Wet Bibob), namelijk valsheid in geschrifte bij het invullen van het formulier, of van een relatie tot een strafbaar feit waardoor ernstig gevaar zou zijn dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten (artikel 3 lid 1 onder b Wet Bibob). Het gevolg? De aanvraag wordt zonder dat naar de inhoud wordt gekeken afgewezen vanwege een “ernstig gevaar”. Éen onjuist antwoord op het formulier kan dus hele grote gevolgen hebben voor het vergunningstraject en in het ergste geval zelfs tot strafrechtelijke vervolging leiden.

Risico’s bij onjuist invullen Bibob-formulier

Hoewel het bibob-formulier, samen met de aanvraagformulieren, eenvoudig oogt, schuilt daarin dus een gevaar. Dit wordt veelal door gemeenten in kleine letters onderaan of bij het bibob-formulier vermeld. Artikel 3 lid 6 Wet Bibob geeft gemeenten en andere bestuursorganen de bevoegdheid een aanvraag voor een vergunning te weigeren wanneer sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat strafbare feiten zijn gepleegd ter verkrijging of behoud van de (verstrekte) vergunning. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 april 2021 (ECLI:NL:RBNNE:2021:1455) geoordeeld dat door het niet melden van bepaalde gegevens bij de burgemeester (in casu een boete wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag) het vermoeden is ontstaan dat er valsheid in geschrifte is gepleegd om zodoende de gevraagde vergunningen te verkrijgen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat mede daardoor de weigering van de vergunning niet evident onrechtmatig is.

In een andere zaak bij de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) van 6 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:350) oordeelde de rechter dat terecht sprake was van een vermoeden, omdat niet in geschil was dat het bibob-formulier onjuist was ingevuld. Het is daarbij niet van belang of sprake was van opzet, nu het Landelijk bureau bibob (een door het Rijk ingesteld adviesorgaan) concludeert dat sprake is van een vermoeden en niet dat dat in strafrechtelijke zin bewezen kan worden.

Intrekken of weigeren vergunning na Bibob-procedure

Hoewel de bestuursrechtadvocaten van Blenheim zich principieel niet kunnen vinden in deze toepassing van de Wet Bibob blijkt uit het voorgaande dat het vermoeden van valsheid in geschrifte bij het verkeerd invullen van het bibob-formulier zeer snel wordt aangenomen, wanneer informatie ontbreekt, onjuist is of verkeerde antwoorden worden gegeven. De kans is groot dat de vergunning in dat geval wordt geweigerd of ingetrokken, waardoor dus zowel een strafrechtelijk en bestuursrechtelijk zwaard van Damocles boven het hoofd van de aanvrager hangt.

Het gevolg van een verkeerd ingevuld Bibob-formulier lijkt daardoor, ook in een vroeg stadium bij de voorzieningenrechter, onomkeerbaar.

Het Bibob-formulier maakt onderdeel uit van een aanvraag voor vergunningen (zoals een exploitatievergunning of omgevingsvergunning). Het Bibob-formulier lijkt daardoor, vanuit het perspectief van de ondernemer, slechts één van de formulieren die moet worden ingevuld. Het zou onjuist zijn om zo naar het bibob-formulier te kijken. Het gevaar en gevolgen van het verkeerd invulling zijn tenslotte zeer groot. Om die reden raden de bestuursrechtadvocaten aan om een jurist of advocaat, die kennis heeft van de Wet Bibob, mee te laten kijken bij het invullen van het Bibob-formulier. Voorkomen is in dit geval echt beter dan genezen, voor zover genezen al mogelijk is. 

Heeft u vragen over het invullen van het bibob-formulier of over de toepassing van de Wet Bibob? Neem dan contact op met advocaat Teun Blom.

Gepubliceerde Artikelen