Veel rechtszaken over woonruimte arbeidsmigranten

Gemeenten weten zich vaak geen raad met de huisvesting van arbeidsmigranten. Nu de politiek geen oplossing presenteert komen er steeds meer zaken bij de rechter terecht. Arbeidsmigranten lijken het slachtoffer te worden.

Alleen al in 2020 zijn er 150 uitspraken van de Raad van State waar arbeidsmigranten een rol spelen. Omwonenden dienen regelmatig een handhavingsverzoek in als ergens arbeidsmigranten worden gehuisvest. En gemeente meent dan te moeten handhaven, terwijl de betreffende gemeente zelf geen oplossing voor het woonruimteprobleem heeft. Voor ondernemers die afhankelijk zijn van arbeidsmigranten is dit zeer ongelukkig. Het raakt immers hun bedrijfsvoering. Voor de (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten zou snel landelijke regelgeving ingevoerd moeten worden.

Hoe toetst de rechter vergunning woonruimte voor arbeidsmigranten?

Door wijziging van een bestemmingsplan kan (tijdelijke) woonruimte voor arbeidsmigranten vergund worden door de gemeenteraad. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De rechter stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Afwijking bestemmingsplan voor huisvesting arbeidsmigranten

De oplossing zit vaak in het tijdelijk toestaan van gebruik van gebouwen voor ‘logies’. Daartoe kan de gemeente om af te wijken van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen. Als voorbeeld waar dat goed is gegaan verwijs ik naar de uitspraak over arbeidsmigranten in Aalsmeer die gehuisvest konden worden in het ‘Flowerhotel’. Aan de omgevingsvergunning waren in deze zaak met het oog op de afwijking van het bestemmingsplan voorschriften verbonden. Daarin is bepaald dat uitsluitend nachtverblijf in de vorm van logies mag worden verstrekt aan arbeidsmigranten die overwegend werkzaam zijn in Aalsmeer en dat onder "logies" wordt verstaan: "een specifieke vorm van hotel, gericht op het verstrekken van nachtverblijf voor een verblijfsperiode van minimaal een week en maximaal zes maanden, aan personen die elders hun hoofdverblijf behouden".

In de gemeente Leudal werd in februari 2014 een locatie voor ruim 300 arbeidsmigranten via wijziging van een bestemmingplan toegestaan. Dat leidde tot 6,5 jaar lang procederen bij de rechtbank en Raad van State. De buurman die vreesde voor de komst van de arbeidsmigranten werd uiteindelijk in het ongelijk gesteld. Het was zelfs nodig dat in kort geding (ECLI:NL:RVS:2017:3324) een voorlopige voorziening werd getroffen dat op het perceel maximaal 300 arbeidsmigranten gehuisvest mogen worden tot het moment waarop het nieuw vast te stemmen bestemmingsplan "Landgoed Leudal" in werking treedt.

Veel procedures over het tijdelijk wonen seizoenarbeiders in recreatiewoning

Een recreatiewoning die een groot deel van het jaar leeg staat kan gebruikt wordt voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Maar veel gemeenten willen dat niet. Dan wordt er doorgaans een last onder dwangsom opgelegd om de verhuur aan arbeidsmigranten te beëindigen. De verhuurder tekent doorgaans bezwaar en beroep aan tegen zo’n dwangsombesluit. Soms met succes. Zo gingen een aantal dwangsommen tegen de tijdelijk verhuur onderuit bij een vakantiepark waar in 7 woningen arbeidsmigranten verbleven. De rechter overwoog onder meer: aan een invorderingsbesluit van een dwangsom dient een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag te liggen. Alvorens tot invordering over te gaanmoet de gemeente de belanghebbende op grond van artikel 4:8, eerste lid, van de Awb voorafgaand aan de dwangsominvordering in de gelegenheid dient te stellen te worden gehoord. De vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden dienen op een duidelijke wijze te worden vastgelegd. Dat kan geschieden in een schriftelijke rapportage, maar in bepaalde gevallen ook met foto’s of ander bewijsmateriaal. Degene die een dwangsom opgelegd krijgt dient het in zijn macht heeft de overtreding te beëindigen. Ook mag de gemeente niet een te korte termijn stellen voor het beëindigen van een overtreding. Dat betreft de zgn. begunstigingstermijn die aan het dwangsombesluit is verbonden om de betrokkene in staat te stellen de overtreding te beëindigen.

Klachten omwonenden over huisvesting arbeidsmigranten

Een omwonende moet als 'belanghebbende' aangemerkt worden door de rechter. Daarvoor geldt volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4081) is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Veel rechtszaken ontstaan door omwonenden die bezwaar maken tegen een vergunning voor woonruimte van arbeidsmigranten. Het gaat er soms heftig aan toe, zoals blijkt uit de uitspraak over een plan voor arbeidsmigranten in Zaltbommel: ter zitting heeft de raad toegelicht dat naar aanleiding van de plannen voor de arbeidsmigrantenhuisvesting onrust is ontstaan in de dorpskern. Bij de raad zijn daardoor twijfels gerezen of in ruimtelijk opzicht de grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied wenselijk is, dit met het oog op de sociale cohesie van de omgeving. Gelet op de grote invloed van het arbeidsmigrantenhotel op de demografische samenstelling van de dorpskern, heeft de raad de huisvesting vooralsnog als ongewenst beschouwd. Zodoende heeft de raad besloten de mogelijkheid tot logiesverstrekking die het vorige planologische regime binnen het plangebied toestond, en die niet was begrensd, te verwijderen.

Verhuur aan migranten in strijd met de Huisvestingsverordening

Ook kan de verhuur aan arbeidsmigranten in strijd zijn met de Huisvestingswet of de lokale huisvestingsverordening. De arbeidsmigranten zouden dan een huisvestingsvergunning moeten hebben. Verhuur zonder vergunning kan gekwalificeerd worden als woningonttrekking. In de uitspraak van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3313) is “wonen” in de zin van de Huisvestingswet het gebruik van een woning met als doel aldaar gedurende langere tijd de meeste tijd hoofdverblijf te houden met als verdere kenmerken inschrijving in de Brp, binding met en zorg voor de woonomgeving en gebruik door dezelfde personen volgens een vast patroon. Bij inschrijving in de Brp bestaat in beginsel een vermoeden dat een persoon hoofdverblijf heeft in de woning. Wanneer een woning wordt gebruikt voor bewoning en de bewoner zich inschrijft in de Brp, geen sprake is van onttrekken. Zelfs wanneer dit voor een kortere periode, zoals zes maanden, het geval is, aldus de geschiedenis van de totstandkoming van de Huisvestingswet. Dat ging niet goed voor een bemiddelaar voor arbeidsmigranten in Amsterdam. In die zaak stond op het adres van de woning geen personen in de Brp staan ingeschreven. Gelet op de inhoud van de huurovereenkomsten, die alle een maximale huurperiode van zes maanden beslaan, heeft de gemeente zich volgens de rechter terecht op het standpunt gesteld dat de woning aan de bestemming tot bewoning is onttrokken. De rechter wilde de opgelegde boete voor woningonttrekking ook niet matigen.

Tips bij verhuur aan arbeidsmigranten

• Check in het geldende bestemmingsplan de bestemming van de locatie logies of tijdelijk wonen toestaat

• Check ook of er een bevoegdheid tot wijziging van de bestemming in het bestemmingsplan staat

• Check (als dat er is) het beleid van de gemeente t.a.v. van arbeidsmigranten

• Vraag desgewenst een omgevingsvergunning aan voor tijdelijke verhuur aan arbeidsmigranten

• Geef bij verhuur duidelijke instructies aan de huurders voor het geval en handhavers van de gemeente langskomen

• In een woongedeelte mag een handhaver niet komen zonder toestemming van de bewoner (tenzij er een bevel tot binnetreden is van de burgemeester, specifiek voor dat adres)

• Zolang er een aanvraag voor vergunning loopt mag de gemeente niet handhaven; dan is er zicht op legalisatie.

https://www.blenheim.nl/blog/bestuursrecht-last-onder-dwangsom#:~:text=Een%20last%20onder%20dwangsom%20is,tijdig%20de%20overtreding%20is%20be%C3%ABindigd.

Stel vrijblijvend uw vraag aan Blenheim over verhuur aan arbeidsmigranten

Gepubliceerde Artikelen